Ecoducten over de N226 en de N227: is dat goed of wijs? 

PERSBERICHT 9 maart 2016

Wij hebben ‘met z’n allen‘ afgesproken dat de Nederlandse natuur verbonden dient te worden in een Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Waar wegen een gebied doorkruisen kunnen ecoducten die verbindingen vormen. Het lijkt dan ook logisch dat de provincie Utrecht zulke bouwwerken wil aanleggen over de provinciale wegen N226 (Leersum-Maarsbergen) en N227 (Doorn-Maarn).
De Federatie Groene Heuvelrug (FGH) neemt als koepel van vijf dorpsverenigingen het milieu en de duurzaamheid ter harte. En moet hier natuurlijk voor zijn. Of toch niet?

Want de FGH is vóór flora- en faunabescherming en vóór ecoducten over de grote snelwegen. De vraag is echter of dat even zinvol is over provinciale wegen. Doel van zulke ecoducten is meestal dat de ree moet kunnen oversteken. Immers nu ontmoet de ree bij het oversteken letterlijk de auto, met een dode ree en een beschadigde auto als gevolg. Voor de kleinere dieren als boommarters en zandhagedissen is een ecoduct veel minder nuttig, aangezien die dieren hun eigen route kiezen en zich - anders dan het grote wild -  niet door geleidehekken naar het ecoduct laten dwingen. En zijn we vergeten  dat er al teveel reeën zijn, zodat ieder jaar door afschot de populatie moet worden verminderd? Moet bovendien niet worden gevreesd dat de geleidehekken de reeën niet naar het ecoduct geleiden, maar juist de andere kant op: naar de N225 van Doorn naar Leersum/Amerongen?

Bij de constructie van een minstens 50 meter breed ecoduct moeten vele hectares natuur en bos , soms van groot cultuurhistorisch belang, worden opgeofferd om plaats te maken voor het bouwterrein. De aanwezige biotoop wordt grondig vernield en heeft veel tijd nodig voor herstel. En wij worden opgescheept met lelijke betonnen kolossen midden in de natuur.

In een onderzoek van de Universiteit Utrecht is aangetoond dat dat bij een snelheid van 50 km/uen een serie waarschuwingsmaatregelen voor ree en mens het aantal aanrijdingen tussen gemotoriseerd verkeer en overstekend wild drastisch daalt. Verder laat een studie van de provincie Utrecht zien dat bij een snelheidsvermindering van 80 naar 60 km/u 75% minder aanrijdingen met dieren plaatsvinden. Er zijn dus oplossingen die minstens zo effectief en vele malen goedkoper
zijn dan de bouw van twee ecoducten, waarvoor de provincie € 8 à 10 miljoen heeft uitgetrokken.
De FGH pleit al jaren voor verlaging van de maximumsnelheid in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug van 80 maar 60 km. per uur. De automobilist op weg naar de A12 zou hierdoor minder dan een minuut kwijt zijn. 

Dus wat de FGH betreft geen ecoducten in de beoogde vorm over de N226 en de N227.